07-01-2015 Boekje 'Nederland en de Olympische Spelen' uit 1923 online

ARNHEM – Pieter Scharroo, destijds vicevoorzitter van het NOC, schreef in 1923 het boekje Nederland en de Olympische Spelen. De uitgave was bedoeld om het Nederlandse volk achter de organisatie te krijgen van de Olympische Spelen in 1928 in Amsterdam. Het boekje is nu online te lezen.
PW Scharroo_Nederland en de Olympische Spelen 200x296
In juni 1921, tijdens het 18de IOC-congres in Lausanne, kreeg Amsterdam de organisatie toegewezen van de Olympische Spelen in 1928. Tegelijkertijd werd besloten dat het evenement vier jaar eerder in Parijs zou worden gehouden. Het dubbelbesluit was het resultaat van een onderonsje tussen IOC-voorzitter Pierre de Coubertin en het Nederlandse IOC-lid en tevens voorzitter van het NOC, baron Frits van Tuyll van Serooskerken.

Niet iedereen was enthousiast over de gang van zaken. Zowel van Amerikaanse als Italiaanse zijde was er kritiek, maar de IOC-leden gingen desondanks in meerderheid akkoord (14-4, met één onthouding). De Italiaanse afvaardiging verliet de volgende dag boos Lausanne. Pierre De Coubertin reageerde laconiek en was trots op wat hijzelf zijn ‘staatsgreep’ noemde.

Maar ook in Nederland zelf was niet iedereen enthousiast. In christelijke kringen vreesde men dat de Spelen zondagsontheiliging en 'toeneming der onzedelijkheid' teweeg zouden brengen. Het Nederlandsch Olympisch Comité was zich ervan bewust dat de internationale kritiek groot zou zijn als de Spelen niet vlekkeloos zouden verlopen. Om het gehele Nederlandse volk achter de organisatie te krijgen, schreef Pieter Scharroo, vicevoorzitter van het NOC, in 1923 het boekje Nederland en de Olympische Spelen.

‘Vele vooraanstaande mannen uit alle landen zullen dan naar Nederland komen en ons land leren kennen’, schreef Scharroo in de inleiding. ‘Welnu, het geheele volk zal moeten zorg dragen, dat deze kennismaking leidt tot waardeering, hetgeen aan den naam van Nederland in het buitenland, aan onzen handel en industrie, aan de algemeene volkswelvaart ten goede zal komen’

‘De eer van ons volk, de naam, welken wij tegenover het buitenland hebben hoog te houden, eischen, dat wij ons reeds nu krachtig voorbereiden voor eene waardige viering van de IXe Olympiade te Amsterdam in 1928. Dit staat bij mij onomstootelijk vast! Ook hier zou stilstand leiden tot achteruitgang, welke ten slotte ondergang en mislukking beteekent.’

Het boekje is voorzien van een voorwoord van Frits van Tuyll van Serooskerken. Het was te koop voor 95 cent. Tien procent van de opbrengst kwam ten bate van het Olympisch Fonds 1928.

Lees het hier online:

Deel dit via: